woensdag 7 oktober 2015

muts haken

muts met pompom

Materiaal; MyBoshi no.1:                                     
5 kleuren (van iedere kleur 1 bol),
haaknaald nr. 6, pompom 

Jongensversie - kleuren: 155,
195, 157, 184, 191, pompon: 17
Meisjesversie - kleuren: 141, 182,
193, 138, 191, pompon: 8

Patroon 'muts haken'

Start met het haken van 3 l. en sluit
deze met een hv. tot een ring
Toer 1: 3 losse (= 1 stokje),
11 stokjes = 12 stokjes
Toer 2: ieder stokje verdubbelen
(= 24 stokjes)
Toer 3: halve stokjes haken, daarbij alleen in de achterste lus van de steek steken en elk derde steek verdubbelen (= 32 halve stokjes).
Toer 4: losjes 32 halve vaste haken.
Toer 5: vaste haken, daarbij in de halve stokjes van de derde toer steken en elke vierde steek verdubbelen. (= 40 vaste)

Toer 6:  stokjes haken en elke vijfde steek verdubbelen (=48 stokjes)
Toer 7: losjes 48 halve vaste haken.
Toer 8:  in ieder stokje van de zesde toer een stokje haken en iedere achtste steek verdubbelen (=54 stokjes)
Toer 9: in ieder stokje van de vorige toer 1 halve stokje haken, daarbij alleen in de achterste lus van de steek steken (= 54 halve stokjes).
Toer 10: 54 stokjes haken.
Toer 11: losjes 54 halve vaste haken.
Toer 12: in ieder stokje van de 10de toer een halve stokje haken (54 halve stokjes).
Toer 13: 54 vaste haken.
Toer 14: in elke vaste een half stokje haken, daarbij alleen in de achterste lus van de steek steken (= 54 halve stokjes).
Toer 15: losjes 54 halve vaste haken.
Toer 16: in ieder halve stokje van de 14de toer een stokje haken (= 54 stokjes).
Toer 17: in ieder stokje van de vorige toer 1 halve stokje haken, daarbij alleen in de achterste lus van de steek steken (= 54 halve stokjes).
Toer 18: 54 stokjes haken.
Toer 19: losjes 54 halve vaste haken.
Toer 20: 54 vaste in de stokjes van de 18de toer haken.
Toer 21: 54 vaste haken, daarbij alleen in de achterste lus van de vorige steek steken.
Toer 22: 54 halve stokjes haken
Jongensmuts:
Toer 23: 54 stokjes haken.
Toer 24: 54 vasten in de achterste lussen in de kleur van je rand die je eraan gaat maken.
Meisjesmuts: 
haak t/m toer 22.
Haak nu de rand aan je muts met de reliëfstokjes. Draai de muts om, dus de 'verkeerde kant' naar buiten, en hecht een draad aan. Haak nu 3 toeren reliëfstokjes en eindig met een toer vasten. Draai je muts weer om en sla de rand om.
Uitleg reliëfstokje:
Reliëfstokjes maak je door een stokje te haken voor of achter een andere steek van de vorige toer. Je steekt de haaknaald dus niet in de bovenkant van de steek (door het v-tje), maar om de steek van de vorige toer. Dit gaat het makkelijkst bij stokjes en dubbele stokjes. Je steekt je haaknaald van rechts naar links achter (of voor de steek langs) en haakt dan je stokje zoals altijd.
                                                                                                                               bron: wolplein